… en hij leefde niet lang en gelukkig.

Jaarlijks ondernemen rond de 94.000 mensen een zelfmoordpoging (10% daarvan belandt na een poging in het ziekenhuis en wordt meestal gewoon weer naar huis gestuurd), ongeveer 1500 mensen slagen daarin. In 2006 pleegden 1524 mensen zelfmoord. Mijn vriend Ben (37) was één van hen.

Ben heeft in zijn leven meerdere - serieuze en minder serieuze - pogingen ondernomen. Momenten waarop hij niet meer wilde leven, maar het hem niet wilde lukken om dood te gaan. Eenvoudigweg omdat hij niet dood wilde, zo heeft hij mij vaak genoeg gezegd en geschreven. Hij wist dat het niet de oplossing was. Hij wilde een ander leven: een leven zonder pijn, schaamte, schuldgevoel en verdriet.

Op 16 februari 2006 heeft hij onder een invloed van een voor mij onbekende hoeveelheid drank en drugs (dit voordat ik van andere suïcidale mensen weer de vraag krijg: hoeveel precies?) voor de zoveelste keer de optelsom gemaakt. De uitkomst bleef hetzelfde. Hierna is hij de Maarsseveense plassen ingelopen. In hoeverre hij zich op dat moment nog bewust was van zijn daad en de gevolgen daarvan zal ik nooit weten. Ik zal me bij de door veel mensen gebruikte onsterfelijke woorden moeten neerleggen: hij heeft nu eindelijk rust.

Eindelijk rust?!

Tja…. Of iedereen na een dergelijke daad meteen de rust vindt die men zoekt, is nog maar de vraag. Maar “leven na de dood” is een onderwerp voor een andere site. Dit gaat over leven met gedachten aan de dood.
De dood lijkt in tijden van geestelijke en/of lichamelijke pijn de enige oplossing. Ik denk dat het voor sommigen zelfs verlossing is. Maar het is niet DE oplossing. Suïcidale gedachten zijn vaak het gevolg van samenhangende gebeurtenissen en factoren in iemands leven. Daar is niet een enkele simpele oplossing voor en een pakje instant geluk bestaat niet.